Rond de Maria van Jessekerk in Delft
We starten onze rondwandeling aan de Burgwal 18a in Delft en lopen tegen de klok in. Allereerst is dit een mooie plek om de zeer rijk versierde voorkant te bekijken. U snapt direct waarom dit gebouw de ‘Grande Dame’ van de Delftse katholieke kerken wordt genoemd. We wandelen rustig over de Burgwal. De straat maakt een flauwe bocht naar links en wij nemen de tijd om de contouren van de bebouwing te volgen en alles goed te bekijken. Zelfs de sporadische nieuwbouw die we tegenkomen, ademt die typische Delftse sfeer. Bij de Oude Langendijk slaan we linksaf.
Even verderop passeren we de Jesseplaats, een fraai langgerekt pleintje dat zicht geeft op de achterzijde van onze kerk. Er staat een hek voor de Jesseplaats, maar dat staat doorgaans open. Een uitgelezen kans om de achterkant van het godshuis wat beter te bekijken. Als u weer verder wandelt, loopt u tot de Jozefstraat (voorheen Molenpoort). Hier gaan we naar links.
Let vooral ook op de klinkers met namen waarover u wandelt. Achter elke naam zit een verhaal en enkele van die ‘gouden verhalen’ kunt u lezen op de site Delft is goud. We kuieren rustig door tot we weer aanbelanden op de Burgwal. We slaan naar links en iets verderop hebben we ons beginpunt weer bereikt.
Maar hoe zat het nou met die twee torens? De korte versie is als volgt. De kerk is ontworpen door Everard Margry, leerling van de bekende architect Pierre Cuypers. Margry had veel aandacht voor details. Zo lijkt de linkertoren op die van de Nieuwe Kerk, terwijl het ontwerp voor de rechtertoren is afgeleid van die van de Oude Kerk. Zo zijn beide oorspronkelijk katholieke kerken als het ware in de Maria van Jessekerk opgenomen.
De lange versie van dit verhaal is opgetekend in het artikel ‘Delftse mysteries: Waarom heeft de Maria van Jessekerk twee verschillende torens?’ Dat artikel kunt u thuis op uw gemak nalezen, zodat u nog even kunt nagenieten van een unieke wandeling door een van de oudste steden van Nederland.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten